Bronnen

 

Publicaties

 
Bakker , J., Kat, M., Rovers, M., van Schilt-Mol, T., van Vijfeijken, M. (2009). Uitblinken op alle niveaus. Een verkenning van good practices op het gebied van talentontwikkeling in het voortgezet onderwijs. Tilburg: IVA beleidsonderzoek en advies.
Om meer inzicht te krijgen in de verschillende initiatieven die scholen gestart zijn op het gebied van talentontwikkeling, heeft IVA een inventariserend onderzoek uitgevoerd. In deze rapportage worden de bevindingen gepresenteerd. Daarbij worden o.a. beschrijvingen gegeven van 24 bezochte initiatieven op de volgende talentgebieden: cognitie (hiertoe behoren o.a. hoogbegaafdheid en maatwerk, 6 initiatieven), cultuur (hieronder valt bijvoorbeeld drama, dans, muziek en beeldende kunst, 9 initiatieven), sport (6 initiatieven), bètatechniek (2 initiatieven) en intra-persoonlijke intelligentie (1 initiatief).

Boer, de,  E.,  Ottenhof ,F.,  Uytendaal, E., Vogels, E. (2005). Talentvol determineren meervoudige intelligenties en het ontwikkelen van talenten. Den Bosch : KPC-groep.
Praktisch bruikbaar voor scholen die zelf aan de gang gaan met talentontwikkeling, maar dan breder opgevat dan alleen cognitieve talentontwikkeling. Scholen wordt aangeraden leerlingen een portfolio te laten maken, waarvan een verplicht gedeelte beoordeeld wordt en een gedeelte vrij is van beoordeling zodat de leerling ook zijn zwakke kanten kan laten zien. Dat portfolio omvat resultaten uit mentorlessen, LOB-begeleiding, vaklessen, buitenlessen en buitenschoolse activiteiten.
Ebbers, D., Wientjes, H. (2007). Wat nu? De docent als gids van de onderzoekende leerling. Dilemma's en keuzes in het begeleiden van (hoog)begaafde leerlingen bij de uitvoering van verrijkingstaken. Enschede : SLO.  www.slo.nl
Gericht op het begeleiden van (hoog)begaafde leerlingen

De educatieve stad; Conijn, P. (2009). Ons kind heeft talent. Talentontwikkeling op school. Assendelft: De Akelei.
Ieder kind heeft talenten en kwaliteiten. Vanuit dit vertrekpunt wordt op een boeiende wijze beschreven hoe de school kan werken aan de talentontwikkeling van haar leerlingen. Dit boek brengt talentontwikkeling terug tot een aantal essentiële elementen: uitgedaagd worden, de wil om iets te bereiken, ruimte voor het eigen initiatief, een heldere werkstructuur en een goede begeleiding op weg naar het meesterschap. Aandacht voor talentontwikkeling maakt de school beter; kinderen leren meer en laten dat ook zien. Ze leren hun eigen kwaliteiten kennen en die van anderen respecteren.
De leraar krijgt concrete aanwijzingen over hoe hij de leerlingen optimaal kan motiveren om hun eigen talenten in te zetten en te ontwikkelen. Voor ouders geeft het boek antwoorden op een aantal belangrijke vragen. Hoe zoek ik een goede school voor mijn kinderen? Hoe beoordeel ik de kwaliteit van het onderwijs? Hoe ga ik met leraren in gesprek over het leerklimaat op school?
De educatieve stad; Conijn, P. Schuurmans, M., & Middelhoek, D. (2006). Ondernemend leren. Op weg naar talentontwikkeling en meesterschap. Assendelft: De Akelei.
Ondernemend leren’ wordt hier gepresenteerd als een eigentijdse onderwijsvorm die put uit een rijke traditie. Geen dogmatisch stramien, maar op diverse manieren inzetbaar. Dit boek is een prima gids om de weg te vinden naar relevant, betekenisvol en inspirerend onderwijs. Het boek biedt praktische handreikingen voor de docent om het ondernemend gedrag bij jonge mensen te stimuleren.
Hove, ten, G. & Braake, te H. (2008). Onderwijs persoonlijk maken. Excelleren in het voortgezet onderwijs met Big Picture Highbrows. 's Hertogenbosch: KPC Groep.
KPC Groep vertaalde de Amerikaanse Big Picture Learning filosofie en het One Kid at a Time onderwijsconcept naar de Nederlandse situatie: Onderwijs persoonlijk maken. De gedachte is dat door persoonlijk onderwijs de leerling eigenaar wordt van het eigen leerproces, met intrinsieke motivatie en zelfverantwoordelijkheid als gevolg. Het programma Big Picture Highbrows is direct ontleend aan deze filosofie en richt zich op getalenteerde vwo-leerlingen (bovenbouw), met als doel dat zij naast het reguliere curriculum een persoonlijk curriculum kunnen volgen dat recht doet aan hun talenten en interesses.
Deze publicatie bevat een uitleg over het programma Big Picture Highbrows, dat is gebaseerd op vijf van de tien Big Picture learning kenmerken, en een verslag van de ervaringen op twee pilotscholen. Aan de hand van interviews met leerlingen, ouders en begeleiders is in beeld gebracht wat dit programma oplevert voor de leerlingen en voor scholen die vorm willen geven aan onderwijs voor excellerende leerlingen en leerlingen die dreigen onder te presteren.
Kat, M., K. de Ries, T. van Schilt-Mol (2009), Landelijk overzicht initiatieven Talentontwikkeling. IVA, Universiteit van Tilburg.
Om meer inzicht te krijgen in de verschillende initiatieven die scholen gestart zijn om de doelstellingen rondom het bevorderen van excellentie,  de betere ontwikkeling van toptalent en het bereiken van een  passende kwalificatie voor alle leerlingen, heeft het Ministerie van OCW  het IVA gevraagd een onderzoek te doen om deze initiatieven in kaart te brengen. Het gaat hierbij in eerste instantie om beschrijvingen van good practices die scholen inzetten om talentontwikkeling van leerlingen te stimuleren en om leerlingen de kans te geven ergens in uit te blinken en het maximale uit zichzelf te halen.

Knegtmans, R. (2008). Toptalent: de 9 universele criteria van toptalent. Amsterdam: Boom.
In deze publicatie wordt een beschrijving, analyse en een identificatie gegeven van de negen criteria van toptalent, aangevuld met tips voor particulieren en organisaties.
Lanschot  Hubrecht, van, V., Sniekers, J., Zeelenberg, T., Groothengel, P., Spek, W. Rooijen, van, J. & Bergsma, S. (2006). Verbindend leren. Praktijknabije beroepsoriëntatie in de gemengde en de theoretische leerweg. Katern 3. Bewust leren door reflecteren. Enschede: SLO.
In deze publicatie worden reflectieve werkvormen beschreven die docenten kunnen inzetten om eens op een andere manier te reflecteren. Deze werkvormen zijn gekoppeld aan de acht intelligenties van Howard Gardner. Ook de vaardigheden die docenten nodig hebben leerlingen tijdens reflectiemomenten te begeleiden, komen in deze publicatie aan de orde. Tot slot worden mogelijke reflectie-instrumenten beschreven die op verschillende reflectiemomenten ingezet kunnen worden.

Mameren, van-Schoehuizen, I. , e.a.(2006). Zie je me wel, motiveren van begaafde leerlingen in het VO. Nijmegen: Eigen beheer Stedelijk Gymnasium Nijmegen.
In deze publicatie wordt onder andere beschreven  hoe begaafde onderpresteerders in de bovenbouw structureel begeleid kunnen worden binnen het zogenaamde TOP-project.
Nelis, H, van Sark, Y. (2000). Puberbrein Binnenstebuiten, Utrecht/Antwerpen. Kosmos Uitgevers.
In deze publicatie over hersenontwikkeling geven de auteurs niet alleen een overzicht van bronnen (literatuur en artikelen) maar ook een lijst met interessante websites. Er is ook een  expliciete vermelding van alle specialisten (bijv. hersenwetenschappers etc.).
Poell, J., & Braake, te, H. (2008). Onderwijs persoonlijk maken. Big PictureLearning in Nederland: tien scholen, één gedachte. 's Hertogenbosch: KPC Groep.
Op The Met, een vo-school in Providence (Rhode Island USA), werkt men sinds 1995 doelgericht vanuit de Big Picture Learning filosofie aan de realisatie van het ‘One Kid at a Time’ concept. KPC Groep vertaalde dit onderwijsconcept naar de Nederlandse situatie onder de noemer: Onderwijs persoonlijk maken. Uitgangspunt daarbij is dat door het onderwijs af te stemmen op de persoonlijke leerwensen van de leerling, deze eigenaar wordt van het eigen leerproces, met intrinsieke motivatie en zelfverantwoordelijkheid als gevolg. Inmiddels bezochten meer dan 250 vertegenwoordigers van Nederlandse vo-scholen The Met in Amerika: allen kwamen geïnspireerd en enthousiast terug. In deze scholen begon men zelf met de invoering van een of meer kenmerken van One kid at a time. In deze publicatie vindt u een overzicht van de resultaten van tien van deze, in de USA geïnspireerde, scholen. U krijgt een gevarieerd beeld van de ervaringen van schoolleiders en andere betrokkenen van twee vmbo-scholen en acht scholen voor praktijkonderwijs die keihard werken om ook voor hun leerlingen Persoonlijk Onderwijs mogelijk te maken.
Schouten, E. (2006). Onderwijs persoonlijk maken. De coachclub. 's Hertogenbosch: KPC Groep.
Onderwijs Persoonlijk maken wil zeggen dat leerlingen sturing geven aan hun eigen leerproces en veel keuzemogelijkheden hebben. Het betekent dat de school de leerlingen nadrukkelijk aanspreekt op hun sterke kanten en niet uitgaat van hun beperkingen. In deze brochure wordt de ontwikkeling van ‘Onderwijs Persoonlijk Maken’ op Met Praktijkonderwijs Waalwijk in 2005 omschreven. Centraal in dit jaar stond de ontwikkeling van de coachclubs. De coachclub is het centrale punt waaromheen het onderwijs op de Met vorm krijgt. In de (heterogene) coachclubs leer je elkaar goed kennen en leer je met elkaar omgaan. Er wordt persoonlijke aandacht geschonken aan de leerlingen (de leerling wordt gekend) door de coach.
Schouten, E. (2008). Onderwijs persoonlijk maken. Organisatie en management. 's Hertogenbosch: KPC Groep.
Onderwijs persoonlijk maken wil zeggen dat elke leerling leert vanuit zijn persoonlijke interesses en leerwensen. Scholen die onderwijs persoonlijk willen maken zorgen dat de schoolorganisatie dat mogelijk maakt in roosters, ruimten, buitenschools leren, persoonlijke begeleiding, instructie en samenwerking met de brede omgeving van familie, bedrijven, buurt en samenleving. De leerlingen kunnen mee sturing geven aan hun eigen leerproces en hebben veel keuzemogelijkheden. Het betekent ook dat de school haar leerlingen nadrukkelijk aanspreekt op hun sterke kanten en die samen met hen exploreert. In deze brochure wordt de ontwikkeling van ‘Onderwijs persoonlijk maken’ op Met Praktijkonderwijs Waalwijk in 2007 omschreven. Centraal in dit jaar stond het management en de organisatie van het herontwerpproces. De publicatie beschrijft het verloop van het herontwerp, brengt de kracht van deze werkwijze in kaart en bevat succesfactoren, hobbels en tips.
Sligte , H., Bulterman-Bos, J. & Huizinga, M. (2009). Maatwerk voor latente talenten? Uitblinken op alle niveaus. Eindrapport. Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut.
In dit rapport, uitgevoerd door het SCO-Kohnstamm Instituut, staan de volgende onderzoeksvragen centraal:
  • Welke instrumenten bestaan er reeds om talenten van leerlingen op elk niveau te kunnen herkennen (algemeen en/of per schoolvak), met de nadruk op cognitief talent?
  • Zijn er hiaten en zo ja, waar liggen deze hiaten?
  • Welke kennis en vaardigheden zijn voor docenten van belang om een leeromgeving en onderwijsaanbod te kunnen creëren waarin elke leerling wordt uitgedaagd echt te laten zien wat hij/zij kan. 
  • Welke mechanismen maken nu dat potentiële (top)talenten verantwoordelijkheid nemen voor de ontplooiing van hun talent?
  • Welke mechanismen bij scholen (coaching/ begeleiding) maken dat potentiële (top)talenten uitgroeien tot (top)talenten?

Verbiest, C. & Dijk, M. (2010). Oog voor talent. Amersfoort: CPS Onderwijsontwikkeling en advies.
Een goede school maakt werk van talent, omdat talentontwikkeling leidt tot zelfvertrouwen, een sterke motivatie en effectief leren. Daarom is het belangrijk dat zowel leerlingen als medewerkers worden gestimuleerd om hun talenten optimaal te benutten. Dit betekent dat het in de hele school zichtbaar is dat er OOG is voor talent: leerlingen en medewerkers hebben volop gelegenheid om hun talenten actief te Ontdekken, Ontwikkelen en Gebruiken. Dit boek geeft scholen concrete handvatten en suggesties om invulling te geven aan deze drie stappen van talentontwikkeling. Het boek is geïllustreerd met openhartige interviews, waarin mensen vertellen hoe zij hun talenten hebben ontwikkeld en welke factoren daarbij een rol hebben gespeeld.

 

Artikelen

 
Korthagen , F., & Vasalos, A. (2007). Kwaliteit van binnenuit als sleutel voor professionele ontwikkeling. Tijdschrift voor lerarenopleiders, 28 (1), 17-23.
Dit artikel gaat in op de vraag hoe mensen van binnenuit gemotiveerd kunnen blijven om zich verder te ontwikkelen. De beschreven veelbelovende aanpak, die een radicale omslag inhoudt, is bottom-up, omdat hij uitgaat van de kwaliteiten en betrokkenheid die leraren al in huis hebben. Het gaat om de ontwikkeling van 'kwaliteit van binnenuit'.
Hoewel dit artikel gaat over de professionele ontwikkeling van docenten, kan de inhoud evengoed worden gelezen vanuit de betrokkenheid van leerlingen in het onderwijs.

Prof . Dr. Wolf, van der, K. Over verwaarlozing in het onderwijs: op zoek naar de bevlogen leerling. Culemborg: Gedragswerk: Resultaat door verbinden.
Een presentatie van de heer Prof. Dr. Kees van der Wolf, lector van het lectoraat Gedragsproblemen in de onderwijspraktijk, van de Hogeschool Utrecht. In deze presentatie legt van der Wolf op een geheel eigen en zeer herkenbare wijze uit, hoe talenten van leerlingen veelal worden verwaarloosd in het onderwijs. De zeer krachtige manier waarop hij dit presenteert, maakt vervolgens direct duidelijk hoe we deze talenten juist kunnen optimaliseren.

  

Beleidsrapporten

CINOP (200*), Verkenning beleidsgegevens Talentontwikkeling, rapportage van het diepteproject, begeleiding ELD. Den Bosch.

Het Nationaal Innovatieplatform (2006), Leren excelleren, talenten maken het verschil,
Den Haag.

KNAW (2003), Ontwikkeling van talent in de Tweede Fase, KNAW, Amsterdam.

Onderwijsraad (2007), Doorstroom en talentontwikkeling, onderwijs van 12 -18. Den Haag.

Oomen, A. (2007)., Onderwijsuitval en talentontwikkeling met LOB in het havo/vwo. APS, Utrecht.