Leidraad bovenbouw

I. Inleiding voor talentontwikkeling in de bovenbouw havo/vwo


Het vertrekpunt voor talentontwikkeling in de Tweede fase is het curriculaire spinnenweb met daarin centraal de visie van de school. Wat is de visie van de school op het thema talentontwikkeling? Hoe kunnen leerlingen hun talenten ontdekken, herkennen of ontwikkelen en hoe worden die talenten erkend? Gaan leerlingen hun talenten binnen- en/of buitenschools verder uitbouwen of focussen zij bijvoorbeeld juist op dat wat ze nog niét kunnen of beheersen? Of...?

De visie van de school wordt in principe en daar waar mogelijk vanuit de onderbouw ook voortgezet in de tweede fase havo/vwo. In tegenstelling tot de jaren van de onderbouw waarin de kerndoelen en een brede ontwikkeling centraal staan, ligt het accent in de bovenbouw voor docenten en leerlingen op het toewerken naar het examen. Er zijn per vak duidelijk omschreven eindtermen waar de leerlingen aan moeten voldoen willen ze kans maken op een diploma.

Hoeveel ruimte is er voor talentontwikkeling?
Dat hangt af van de visie van de school op talentontwikkeling. En op welke wijze deze visie wordt vertaald naar de concrete infrastructuur van het onderwijs.
In de volgende paragraaf vindt u mogelijkheden om binnen en buiten de school of in combinatie ruimte te creëren voor talentontwikkeling.

II. Talentontwikkelingprogramma's in de bovenbouw


Vanuit de vele schoolvoorbeelden hebben we een aantal learned lessons gedestilleerd. De onderstaande voorbeelden gaan vooral over het 'wat', namelijk over de inhoudelijke mogelijkheden die de school heeft in de bovenbouw. We gaan verder niet in op het 'hoe', de didactiek van talentontwikkeling.  Hiervoor zou bijvoorbeeld gebruik gemaakt kunnen worden van de leerstijltheorie van Kolb en de meervoudige intellingentietheorie van Gardner.

Er is ruimte voor talentontwikkeling:
A) binnen de urentabel, namelijk in de geheel vrije ruimte (320slu havo, 440slu vwo)
Hier hebben de leerlingen de mogelijkheid om een schooleigen 'talent'programma' te doorlopen. Er bestaan geen voorschriften voor de inhoud van dit onderdeel èn het maakt geen deel uit van het eindexamen (dus ook niet van het PTA). Met uitzondering voor het onderdeel Levensbeschouwing dat door scholen wel voorzien mag worden van een cijfer. (Bron Regelgeving voor de Vernieuwde Tweede Fase, 2007 , pagina 70).
Vooralsnog vullen veel scholen het schooleigen programma met bijvoorbeeld loopbaanoriëntatie, levensbeschouwing, excursies en werkweken.

Het talentprogramma kan ruimte bieden aan bijvoorbeeld binnenschoolse en/of buitenschoolse activiteiten van sterrenkunde, juniorcollege tot Hermitage Academie.

B) in het Profielwerkstuk.
Voor het Profielwerkstuk heeft een leerling 80 slu beschikbaar waarbij de leerling vrij is om zijn eigen onderwerp te kiezen mits binnen het gekozen profiel.
In het kader van talentontwikkeling is het goed te weten dat er landelijke wedstrijden zijn waarbij de leerlingen door een externe jury hun werkstuk laten beoordelen. Denk hierbij aan het Meesterstuk (SLO) of de KNAW-wedstrijd. De allerbeste werkstukken kunnen op de eigen school door die leerlingen ook gepresenteerd worden aan de jongerejaars uit 4 havo en 5 vwo.

C) in het kader van de maatschappelijke stage
Deze verplichte stage in het voorexamen jaar beslaat 30 uur.
Alhoewel veel scholen deze stage laten samenvallen met het vak maatschappijleer, kan een dergelijke stage ook gebruikt worden om nieuwe talenten aan te boren ofwel verder uit te bouwen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan (sport)training geven, optreden als scheidsrechter, wedstrijden voor de buurt organiseren of een community art project starten. Ook de 'Broodje Nostalgie'-concerten in bijvoorbeeld verzorgingshuizen, bieden ruimte aan het muzikale talent. Kijk voor meer mogelijkheden over inpassing in het curriculum op

D) doordat havo leerlingen alvast vakken van het vwo volgen
Scholen kunnen leerlingen de mogelijkheid bieden om een havo vak te vervangen door een overeenkomstig vwo vak, inclusief passende toetsing en beoordeling. (Overigens bij slechte cijfers kan je als leerling niet meer switchen naar het havo niveau).

E) doordat leerlingen ook vakken volgen buiten het eigen profiel
In de Tweede Fase kiezen leerlingen voor een bepaald profiel met verplichte vakken. Talentvolle leerlingen kiezen bewust voor vakken uit meerdere profielen. Het is afhankelijk van de school of deze die beschikbare ruimte ook daadwerkelijk kan inroosteren. Er zijn leerlingen die maar liefst in 22 vakken examen doen.

F) omdat leerlingen een eigen, individueel PTA kunnen hebben. Scholen kunnen er voor kiezen om vakonderdelen in het SE op te nemen die niet in het examenprogramma staan, deze kunnen bovendien per leerling verschillen.
Er is dan ruimte voor talentvol maatwerk gekoppeld aan het desbetreffende schoolvak. De leerling zou bijvoorbeeld al de vooropleiding van het conservatorium kunnen doen, kunnen meetrainen met een professionele voetbalclub of college kunnen volgen bij de junior-universiteiten.

G) doordat leerlingen kunnen meedoen aan verschillende wedstrijden (zie Overzicht van bestaande talentactiviteiten) zoals vertaalwedstrijden vanuit de Klassieke Talen (Pythia westrijd) of Duits (Goethe Instituut) en/of de verschillende Olympiades zoals georganiseerd voor bijvoorbeeld de verschillende bètavakken.
Andere mogelijkheden liggen bijvoorbeeld in de gemeenschappelijke vakken zoals Nederlands (verhalenwedstrijden) en Engels.

H) door verrijkingstrajecten
Verschillende vakken kunnen leerlingen op academisch niveau volgen. Voor Engels is er een programma dat voorbereidt op Engels in het wetenschappelijk onderwijs of het HBO: Filling the Gap, zie http://fillingthegap.slo.nl/.  De moderne vreemde talen kennen bovendien de mogelijkheid om een internationaal certificaat te behalen op verschillende niveaus van het Europees Referentiekader, bijvoorbeeld voor Spaans het Diploma de Españo como Lengua Extranjera (DELE) en Frans het DELF scolaire. Informatie hierover geeft het Europees Platform.